TYPE FLITS

Een cruciaal onderdeel van iedere wildcamera is de flits. Hedendaagse wildcamera’s kunnen we grofweg indelen in drie verschillende flitstypes: een witte flits, een zichtbare infrarood flits (‘low glow’, ~850 nm), en een onzichtbare infrarood flits (‘no glow’, ~940 nm).

 Een vergelijking tussen de drie verschillende type flitsmechanismen (witte LED, Low glow, en No Glow) die in de hedendaagse wildcamera’s zijn geïnstalleerd (afbeeldingen van Wearn en Glover-Kapfer, 2017). 

 

Witte flits

In het verleden waren wildcamera’s allemaal uitgerust met een witte flits (zoals reguliere fotocamera’s), met als voordeel scherpe en kleurrijke beelden gedurende de nacht. Het maakt het identificeren van kleinere (zoog)dieren en individuen een stuk gemakkelijker. Voor nauwkeurige en snelle inventarisaties, plus het toepassen van de capture-recapture methode (een methode om absolute abundantie mee te schatten), zijn wildcamera’s met een witte flits uiterst geschikt. Een nadeel van dit type flits is echter dat het zeer opvallend is en daardoor het natuurlijk gedrag van de dieren kan verstoren. Ook worden camera’s met dit type flits veel eerder opgemerkt door mensen.

 

Zichtbare infrarood flits (‘low glow’, ~850 nm)

Wildcamera’s uitgerust met een zichtbare infrarood flits werken een stuk minder verstorend in vergelijking tot de witte flits. Daarentegen produceert de zichtbare infrarood flits nachtbeelden in zwart-wit, wat het identificeren van individuen en kleine (zoog)dieren soms aardig lastig kan maken. Sommige kenmerken kunnen zelfs verdwijnen door de IR flits (zie onderstaande foto van dezelfde kat). Bij wildcamera’s met een zichtbare infrarood flits ziet u ’s nachts bij het maken van opnamen een set rode LEDs oplichten wanneer u recht naar de camera kijkt. Er wordt algemeen gesteld dat dit rode licht niet verstorend werkt voor dieren. Wildcamera’s met een zichtbare infrarood flits beschikken over het algemeen over een iets sterkere belichting en groter flitsbereik.

 

Onzichtbare infrarood flits (‘no glow’, ~940 nm)

Wildcamera’s uitgerust met een onzichtbare infrarood flits worden het minst opgemerkt, met name door mensen. Een uitstekende eigenschap voor een beveiligingscamera en een goede afweging bij risico op diefstal of vandalisme. De nachtbeelden zijn in zwart-wit, wat het identificeren van individuen en kleine (zoog)dieren soms aardig lastig kan maken. Sommige kenmerken kunnen zelfs verdwijnen door de IR flits (zie onderstaande foto van dezelfde kat).

 

 

Op beide foto’s staat dezelfde kat, maar op een ander tijdstip (’s nachts vs. overdag). Op de rechter foto zijn, door de IR flits, de oranje vlekken niet zichtbaar, waardoor het als een ander individu kan worden waargenomen. 

 

Flitsbereik

Niet alleen de flits, maar óók het flitsbereik doet ertoe. Met een groter flitsbereik kunt u gemakkelijker dieren op afstand waarnemen. Naar mate het flitsbereik afneemt, ontstaat er een grotere kans dat het dier slechter zichtbaar wordt op afstand en u dus een minder nauwkeurige waarneming krijgt. Andersom kan een te sterke flits leiden tot een overbelichte foto of video, wanneer er bijvoorbeeld een dier vlak langs de camera beweegt. Houd hier rekening mee tijdens het plaatsen van uw wildcamera. Om met variërende cameraopstellingen beter rekening te kunnen houden met over- of onderbelichting, bieden sommige wildcamera’s de optie om het flitsbereik aan te passen in de instellingen.